kerk-discipline

Het doel van kerkdiscipline

En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus (Efeziërs 4:12-14).

1. Om het lichaam van Christus volwassen te maken

Tot volwassenheid – “wees niet onmondig, als jonge kinderen…” (Efeziërs 4:12-16; 1 Korintiërs 3:1).

2. Om te bewijzen dat de leiders liefde en zorg hebben

“maar opdat onze zorg voor u… openbaar zou worden…” (2 Korintiërs 7:12).

3. Om zelfonderzoek te intensiveren in de kerk

“… welke ernst… welke vrees… Gij hebt in allen dele doen blijken, dat gij zuiver stondt in deze zaak.” (2 Korintiërs 7:11).

4. Om gehoorzaamheid aan God te bevestigen (bekrachtigen)

“…dat gij in alles gehoorzaam waart” (2 Korintiërs 2:9).

5. Om de boodschap en de geest van de kerk zuiver te houden

“…een weinig zuurdeeg het gehele deeg zuur maakt” (1 Korintiërs 5:6).

6. Om vleselijke lusten in de gelovigen te vernietigen

“…leveren… aan de satan over tot verderf van zijn vlees…” (1 Korintiërs 5:5).

7. Om individuele verantwoordelijkheid voor elkaar te bevestigen

“…vermaant elkander dagelijks… opdat niemand van u zich verharde” (Hebreeën 3:13).

8. Om Satan geen enkel voordeel te geven in de kerk

“…opdat de satan op ons geen voordeel mocht behalen” (2 Korintiërs 2:10-11).

9. Om de Bijbel te beschermen tegen verkeerde interpretaties en corruptie

“…ijdele praters en misleiders… Men moet hun de mond snoeren…” (Titus 1:9-11).

LEES OOK
Heiliging door gemeenschap

10. Om gelovigen die zich willen bekeren te kunnen herstellen

“vergeef hem… vertroost hem… betoon uw liefde…” (2 Korintiërs 2:7-10).

11. Om de emotionele band met gelovigen die zich weigeren te bekeren te verbreken

“niet moet omgaan met…” (1 Korintiërs 5:11; zie ook 1 Samuel 16:1).

Laat alles betamelijk en in goede orde geschieden (1 Korintiërs 14:40).

Zonden die moeten worden gedisciplineerd

1. Onoplosbare twisten of problemen met elkaar (binnen de kerk)

  • “Indien uw broeder zondigt tegen u… bestraf hem onder vier ogen…” (Matteüs 18:15).
  • Soort van overtredingen: hoereerder, hebzucht, … (1 Korintiërs 5:11).
  • Procedure: “indien… neem dan nog een of twee met u mede; indien… zeg het dan aan de gemeente” (Matteüs 18:15-17; Deuteronomium 19:15-17; Johannes 8:17).
  • “Hoereerders… dat gij niet moet omgaan met iemand… Doet, wie niet deugt, uit uw midden weg.” (1 Korintiërs 5:11,13).

2. Aanhoudende valse leer (doctrine en onderwijs)

  • “…vermanen… op grond van de gezonde leer en de tegensprekers te weerleggen.” (Titus 1:9-11).
  • “Een mens, die scheuring maakt… na een en andermaal terechtgewezen… afwijzen.” (Titus 3:10-11).
  • “tot het uiterste te strijden voor het geloof…Want er zijn zekere mensen binnengeslopen… Dezen zijn de schandvlekken bij uw liefdemalen…” (Judas 1,4,12).
  • “hen in het oog houdt, die, … onenigheden en de verleidingen veroorzaken, en mijdt hen.” (Romeinen 16:17).
  • “Vormt geen ongelijk span met ongelovigen… welk deel (overeenstemming) heeft een gelovige samen met een ongelovige… gaat weg uit hun midden… scheidt u af… ” (2 Korintiërs 6:14-18; Leviticus 19:19; Deuteronomium 22:10).
  • “verkondig het woord, dring erop aan… bestraf en bemoedig…” (2 Timoteüs 4:2-4).
  • “met zo iemand moet gij zelfs niet samen eten…” (1 Korintiërs 5:11).
  • “die ik aan de satan heb overgegeven…” (1 Timoteüs 1:20; 2 Timoteüs 2:17-18).
LEES OOK
Twee aspecten van vergeving

3. Aanhoudende immoraliteit (en wanorde)

  • “En neemt geen deel aan de onvruchtbare werken der duisternis, maar ontmaskert ze veeleer.” (Efeziërs 5:11).
  • “Wie in zonde leven… in aller tegenwoordigheid bestraffen, opdat ook de overigen ontzag hebben.” (1 Timoteüs 5:20).
  • “Een mens, die scheuring maakt… na een en andermaal terechtgewezen… afwijzen.” (Titus 3:10-11).
  • “Maar wij bevelen u… dat gij u onttrekt aan elke broeder, die zich ongeregeld gedraagt…” (2 Tessalonicenzen 3:6).
  • “…dat gij niet moet omgaan met iemand… hoereerder, hebzucht, …” (1 Korintiërs 5:11).
  • Johannes riep op tot het disciplineren van kerkleiders die wanorde veroorzaken (3 Johannes 1:9-10).
Deel dit: