je-mond-houden

Wanneer je je mond moet houden

Wie zijn mond en zijn tong bewaakt, bewaart zichzelf voor benauwdheden (Spreuken 21:23).

Open je mond niet…

  1. In de hitte van je woede (Spreuken 14:17).
  2. Als je niet alle feiten hebt  (Spreuken 18:13).
  3. Als je het verhaal niet geverifieerd hebt  (Deuteronomium 17:6).
  4. Als je woorden een zwakkere broeder of zuster zullen beledigen (1 Korintiërs 8:11).
  5. Als je woorden een slechte afspiegeling zullen zijn van de Heer, je vrienden of je familie (1 Petrus 2:21-23).
  6. Als je in de verleiding komt om een grap te maken over een zonde (Spreuken 14:9).
  7. Als je later beschaamd zal zijn van je woorden (Spreuken 8:8).
  8. Als je in de verleiding komt om “licht” te spreken over het heilige (Prediker 5:2).
  9. Als je woorden een verkeerde indruk kunnen geven (Spreuken 17:27).
  10. Als de zaak in kwestie je niets aangaat (Spreuken 14:10).
  11. Als je in de verleiding komt om een leugen te spreken (Spreuken 4:24).
  12. Als je woorden andermans reputatie (kunnen) schaden (Spreuken 16:27).
  13. Als je woorden een vriendschap kapot (kunnen) maken (Spreuken 25:28).
  14. Als je in een kritische bui bent (Jakobus 3:9).
  15. Als je niet kunt spreken zonder je stem te verheffen (Spreuken 25:28).
  16. Als het tijd is om te luisteren (Spreuken 13:1).
  17. Als je je woorden later misschien moet “opeten” (Spreuken 18:21).
  18. Als je het al vaker gezegd hebt (Spreuken 19:13).
  19. Als je in de verleiding komt om iemand te vleien (Spreuken 14:24).
  20. Als je eigenlijk moet werken (Spreuken 14:23).

Bron: onbekend.

Deel dit: