de-vesting-geloof-als-een-mosterdzaadje

Geloof als een mosterdzaadje?

Wat is de betekenis van geloof zo klein als een Mosterdzaadje?

Geloof en de manier waarop het functioneert is het belangrijkste onderwerp voor de christen. Dit onderwerp moet goed begrepen worden omdat je anders gefrustreerd en ontmoedigd zult raken door een beperkte groei in je geestelijke leven. De reden voor deze beperkte groei, of het moeilijk kunnen volgen van Christus, ligt geworteld in onjuist of incompleet onderwijs over geloof. Alleen juist en compleet onderwijs en een gekruisigde reactie daarop zal resulteren in geestelijke groei.

In dit verband wil ik wijzen op het verkeerde onderwijs over het Mosterdzaadgeloof en de algemeen geaccepteerde vergelijking met kleingeloof. Kleingeloof is een uitdrukking geworden voor “geloof zo klein als een Mosterdzaadje”. De HSV schrijft zelfs Mosterdzaadje in haar vertaling van Lucas 17:6 en de NBV laat de cruciale tekst van Matteüs 17:21 buiten haar vertaling.
Dit onderwijs heeft geresulteerd in dood geloof (niet-functioneel) zoals Jacobus het beschrijft: “Alzo ook het geloof, indien het de werken niet heeft, is bij zichzelven dood” (Jakobus 2:17) en “Maar wilt gij weten, o ijdel mens, dat het geloof zonder de werken dood is?” (Jakobus 2:20). Deze verzen laten ons zien dat wáár geloof gerelateerd is aan wat het voortbrengt: de geloofswerken. Mosterdzaad geloof is in staat om bergen te verzetten en alle andere hindernissen van de vijand te vernietigen.
Ten tweede zegt de apostel Paulus tot ons dat wij juist al het geloof nodig hebben om bergen te kunnen verzetten (1 Korintiërs 13:2). Jezus leert ons dat dit bergen-verplaatsend-geloof niet samengaat of geassocieerd kan worden met twijfel in ons hart (Markus 11:22-23). Als er – menselijkerwijs – niet op te lossen problemen door Jezus worden aangesproken dan refereert Hij aan Mosterdzaadgeloof. Hiermee bedoelt Hij functioneel geloof, bekrachtigd door de Heilige Geest en niet door de wet. Jezus wil dat wij in geloof leven want “zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen” (Hebreeën 11:6). Om deze redenen was het dat Jezus Zijn discipelen bestrafte als er sprake was van kleingeloof. Een aantal verzen over geloof:

Daarom is het (alles) uit geloof, opdat het zou zijn naar genade, en dus de belofte zou gelden voor al het nageslacht, niet alleen voor wie uit de wet, maar ook voor wie uit het geloof van Abraham zijn, die de vader van ons allen is (Romeinen 4:16 NBG).
Maar dit geslacht vaart niet uit, dan door bidden en vasten (Matteüs 17:21).
Want voorwaar zeg Ik u, dat, zo wie tot dezen berg zal zeggen: Word opgeheven en in de zee geworpen; en niet zal twijfelen in zijn hart, maar zal geloven hetgeen hij zegt, geschieden zal, het zal hem geworden, zo wat hij zegt (Markus 11:23).

Mosterdzaadgeloof is niet een optionele vrucht van de Geest. Nee, het is datgene dat nodig is (vereist) voor God om onze gebeden te verhoren. Daarbij is geloof nodig om, in de praktijk, vrij van de vloek der wet te leven. Geloof is ook nodig om in overwinning over demonische invloeden en omstandigheden te kunnen leven; iets waar alleen God verandering in kan brengen of controle over heeft.

Er is geen twijfel dat het hele Nieuwe Testament vraagt om een geloofsuiting die bestaat in een relatie met God de Vader en gemeenschap met Zijn Zoon Jezus Christus.

Maar zonder geloof is het onmogelijk (Gr. ‘adunaton’ – onvermogen) Gode te behagen (totaal tevreden zijn). Want die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een Beloner is dergenen, die Hem zoeken (Hebreeën 11:6).

Volgens Jakobus moet geloof functioneel zijn: een manifestatie in de geestelijke realiteit tot een getuigenis dat Jezus Christus leeft! Het is eigenlijk niet juist om over functioneel geloof te spreken omdat het ‘geloof van de Geest’ opereert in de Geest en daarom per definitie functioneel is. Als onze gebeden niet worden verhoord dan is de meest waarschijnlijke reden dat het niet gericht is tot God in een geest van geloof, maar (deels) onder de wet (Romeinen 7).

De geestelijke toepassing en noodzaak van Mosterdzaadgeloof

Mosterdzaadgeloof is nodig om demonen uit te werpen (Matteüs 17:21);
Mosterdzaadgeloof maakt het mogelijk om te vergeven en te vergeten (Ja, ook vergeten… Lukas 17:3);
Geloof is nodig om te vragen en te ontvangen (Markus 11);
“… Sta op, en ga heen; uw geloof heeft u behouden” (Lukas 17:19);
“…Word ziende; uw geloof heeft u behouden (Lukas 18:42).

Een aangename wandel in de Geest en gemeenschap met Jezus Christus vereisen puur geloof. In het Oude Testament maakt God ons al duidelijk dat, als het gaat om een relatie met Hem, er geen enkele vermenging is toegestaan. De vereiste is een onvermengde focus (enkelvoudigheid) en onvermengd denken (bijv. zonder veronderstellingen, vooringenomenheid):

Gij zult Mijn inzettingen houden; gij zult geen tweeërlei aard uwer beesten laten samen te doen hebben; uwen akker zult gij niet met tweeërlei zaad bezaaien, en een kleed van tweeërlei stof, dooreen vermengd, zal aan u niet komen (Leviticus 19:19).
Maar de ziel, die iets gedaan zal hebben met opgeheven hand (met voorbedachten rade, veronderstelling; Eng. ‘presumptuously’), hetzij van inboorlingen of van vreemdelingen, die smaadt den HEERE; en diezelve ziel zal uitgeroeid worden uit het midden van haar volk (Numeri 15:30).

In dit vers spreekt God, via Mozes, tot Zijn volk Israël en maakt hen duidelijk dat Hij wil dat Zijn inzettingen worden gehouden zonder vermenging (lees: niet met tweeërlei). Dit idee lezen we ook terug in Ezechiël 44:17 waar het linnen niet mag worden vermengd met wol.

En het zal geschieden, als zij tot de poorten van het binnenste voorhof zullen ingaan, dat zij linnen klederen zullen aantrekken; maar wol zal op hen niet komen, als zij dienen in de poorten van het binnenste voorhof, en inwaarts (Ezechiël 44:17).

Linnen staat voor de dienst in de Heilige Geest en wol staat voor de dienst in het vlees (lees: eigen kracht). De gelovigen in de binnenplaats zijn degenen die God aanbidden in de Geest. Alles wat zij doen vindt zijn oorsprong in en wordt geactualiseerd door Gods Geest. Zij vragen niet voor een zegen op hun zelf-zuchtige systemen (voor zelf-handhaving), maar doen alles en alleen dat wat de Geest hen vertelt. Dit is de boodschap die Ezechiël geeft in zijn symbolische visioenen, maar ook van Jezus in het Nieuwe Testament:

Maar de ure komt, en is nu, wanneer de ware aanbidders den Vader aanbidden zullen in geest en waarheid; want de Vader zoekt ook dezulken, die Hem alzo aanbidden. God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid (Johannes 4:23-24).

De boodschap van God aan Zijn volk is er één van pure (onvermengde) aanbidding.

LEES OOK
Geloof een gave van God door Charles Price

God wil aanbeden worden in puur onvermengd geloof in het hart van de gelovige met geloofswerken als zeker gevolg. Om ons te kunnen zegenen vraagt God onze onverdeelde aandacht in en door Jezus Christus als de Bron en het Onderwerp. God de Vader kan alleen bereikt worden door de Zoon, aan wie Hij alle dingen heeft overgegeven (Johannes 13:3; Johannes 16:15; 17:1-3; Hebreeën 1:2-3) en, de enige, aan wie de Vader het wil openbaren (Matteüs 11:27).
Alleen, Jezus houdt het voorrecht in eigen hand om de Vader te onthullen als Hij ziet dat de gelovige voldoende is gekwalificeerd om Hem te kunnen representeren in de Geest (Johannes 14:20-23). Jezus maakt ons – in de omgang met zijn discipelen – duidelijk dat wij een keuze moeten maken tussen de kracht van de wereld (gerepresenteerd door de Mammon) of God als wij met Hem willen wandelen in de Geest. Hij zegt namelijk: “Niemand kan twee heren dienen; want of hij zal den enen haten en den anderen liefhebben, of hij zal den enen aanhangen en den anderen verachten; gij kunt niet God dienen en den Mammon”(Matteüs 6:24).
Het gaat ook hier om een enkelvoudige gerichtheid (Eng.: ‘single-mindedness’) van geloof zonder de werken van de wet. Het refereren aan geloof als een Mosterdzaad (Lukas 17:6) is niet vanwege de grootte van het zaad zoals dat helaas is toegevoegd in de HSV. Deze onderwijzing brengt grote verwarring bij de gelovige omdat de vereiste van geloof ontbreekt. De NT-gelovige kan alleen toetreden in een wandel in de Geest door geloof dat volledig en exclusief steunt op het verlossende werk van Jezus Christus. Christus is gestorven aan het kruis en is, op de derde dag, opgestaan en nu gezeten aan de rechterhand (plaats van autoriteit; zie Psalm 110) van God in de geestelijke gewesten (Galaten 2:2; Hebreeën 1:3; 3:1).

Een oproep tot functioneel geloof

In dit tijdperk is, meer dan ooit, een grote behoefte aan werkend (functioneel) geloof. Daar is wel een hart voor nodig dat zich geledigd heeft van de vermenging met de wereld en een passie in zich heeft voor de zaak van Christus.
Het NT maakt ons duidelijk dat wij nu niet meer leven door werken en gehoorzaamheid aan de wet, maar door het geloof van God (Markus 11:22) om de werken van de Geest te doen en onze levens te ordenen en opgewekt te worden door geloof in de Zoon van God (Galaten 2:20).

Alzo ook het geloof, indien het de werken niet heeft, is bij zichzelven dood (Jakobus 2:17).
Het geloof nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet (Hebreeën 11:1).
Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Want die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een Beloner is dergenen, die Hem zoeken (Hebreeën 11:6).
En Hij kon aldaar geen kracht doen; dan Hij legde weinigen zieken de handen op, en genas hen. En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof, en omging de vlekken daar rondom, lerende (Markus 6:5-6).

Het juiste onderwijs is de sleutel tegen ongeloof of kleingeloof. Onvolledig onderwijs kan net zo gevaarlijk zijn als onjuist onderwijs. Wij kunnen alleen met het volledig gezalfd onderwijs ware geestelijke manifestaties verwachten binnen het Koninkrijk van God in deze laatste uren.

En de Heere zeide: Zo gij een geloof hadt als een mostaardzaad, gij zoudt tegen dezen moerbezienboom zeggen: Word ontworteld, en in de zee geplant, en hij zou u gehoorzaam zijn (Lukas 17:6).

Het geheim van het Mosterdzaadgeloof

Als we kijken naar het Mosterdzaad dan zien we een prachtig beeld van Gods genade in het oplossen van de grootste problemen op aarde met het “minste van alle zaden” (Markus 4:31). Wat zijn de vragen die we moeten stellen als het niet gaat om de grootte, maar om iets anders? Wat hebben we gemist aangaande het Mosterdzaad?

  • Wat zijn de kwaliteiten van het Mosterdzaad dat zich vertaalt in geloof en alles mogelijk maakt bij God?
  • Waarom is permanent vergeven alleen mogelijk met Mosterdzaadgeloof? (Lukas 17:3-6).
  • Hebben we verkeerd begrepen dat de Mosterdzaad-vergelijking staat voor iets anders dan de grootte?
  • Hebben we alleen gekeken naar het Mosterdzaad vanuit een traditionele (overgeleverde) blik?
LEES OOK
Stappen tot een overwinnend leven

Allereerst moeten we erkennen dat Jezus gelijk heeft dat het Mosterdzaad inderdaad het kleinste zaad is (Matteüs 13:32; Markus 4:31). Om een openbaring te krijgen over de ware betekenis van het Mosterdzaad, dat ons misschien niet direct iets zegt, moeten wij begrijpen hoe en wanneer geloof werkt. We zullen het daarom bekijken in de context van de Bijbelverzen zelf. Hoe waardeert Jezus bijvoorbeeld kleingeloof? Waardeerde Hij dit echt of juist niet? Door een inductieve studie op Jezus’ reactie tot kleingeloof kunnen wij het antwoord vinden en een bevestiging krijgen.

Jezus zoekt naar Mosterdzaadgeloof in het hart van iedere gelovige!

Voorbeelden van wat kleingeloof produceert

God belooft ons voorziening, maar kleingeloof resulteert juist in armoede en spanningen
Indien nu God het gras des velds, dat er heden is en morgen in de oven geworpen wordt, zó bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, kleingelovigen? (Matteüs 6:30). Spanning is een bewijs van kleingeloof omdat Gods openbaring erin ontbreekt dat Hij altijd voor ons zal zorgen (Romeinen 8:32).

God belooft ons bescherming, maar kleingeloof resulteert in angst
En Hij zeide tot hen: Waarom zijt gij bevreesd, kleingelovigen? Toen stond Hij op en bestrafte de winden en de zee, en het werd volkomen stil (Matteüs 8:26). ‘Kleingeloof’ slaagt er niet in om Gods geloof aan te grijpen voor bescherming.

God roept ons op om het onmogelijke te doen, maar kleingeloof laat ons zitten met twijfel
Terstond stak Jezus hem de hand toe en greep hem en zeide tot hem: Kleingelovige, waarom zijt gij gaan twijfelen? (Matteüs 14:31). ‘Kleingeloof’ resulteert in twijfel, het kijkt naar twee dingen op hetzelfde moment, de golven en Jezus en Petrus zinkt.

Gods Woord is waarheid en volledig betrouwbaar, maar kleingeloof veroorzaakt dat de gelovige steunt op redenatie
En Jezus, dat wetende, zeide tot hen: Wat overlegt gij bij uzelven, gij kleingelovigen! (Matteüs 16:8). De discipelen begrepen Zijn onderwijs niet en begonnen te redeneren.

Jezus beveelt ons om demonen uit te werpen, maar kleingeloof resulteert in een gebrek aan geestelijke kracht (autoriteit)
Hij zeide tot hen: Vanwege uw kleingeloof. Want voorwaar, Ik zeg u, indien gij een geloof hebt als een mosterdzaad, zult gij tot deze berg zeggen: Verplaats u van hier daarheen en hij zal zich verplaatsen en niets zal u onmogelijk zijn. Maar dit geslacht vaart niet uit dan door bidden en vasten (Matteüs 17:20-21).

Kleingeloof veroorzaakt onbekwaamheid in de Geest, maar Jezus geeft ons de oplossing van dit probleem. Vasten en bidden veroorzaak puurheid omdat het ons scheidt van de wereldse invloed en ons tot God trekt (Matteüs 17:20-21). In deze eenheid ontvangen we functioneel Mosterdzaadgeloof of het pure ‘op-God-gerichte-geloof’ van Jezus Christus (In Markus 11:22 is Θεοῦ vertaald met ‘op’ of ‘in’ maar het is de genitivus-vorm en dus ‘van’).

Conclusies over het Mosterdzaadgeloof

Bovenstaande verwijzingen maken het duidelijk dat Jezus kleingeloof of niet-functioneel geloof bij zijn discipelen afwijst en zelfs veroordeelt. Zij zijn niet in staat om enig geestelijk probleem op te lossen en redeneren slechts vanuit angst. We kunnen concluderen dat ‘de kleinheid van het Mosterdzaad’ niets te maken heeft met het geloof dat Jezus van ons verwacht (vereist).
We zien in Markus 4:31 dat het alleen betrekking heeft op de grootte als er verwezen wordt naar het Koninkrijk van God, maar nooit in relatie tot geloof (!). Wij weten dat het Koninkrijk van God wordt gebouwd door geloof. De dimensie van geloof vindt zijn weg, op één of ander wijze, naar binnen.

Veel teksten en preken hebben er aan bijgedragen dat de kerk geïndoctrineerd is met de idee: geloof zo klein als een Mosterdzaadje = kleingeloof = alles wat je nodig hebt. Maar, Jezus onderwijst deze vergelijking niet als hij spreekt over geloof. Hij bedoelt niet de grootte, maar de kwaliteit van het zaad. Geloof is namelijk een zaak van het hart (Romeinen 10:10) en de conditie van het hart heeft niets te maken met kwantiteit, maar met kwaliteit (!).

Jezus refereert aan de volgende kwaliteiten van Mosterdzaad

Puur: Mosterdzaad kan niet vermengd worden of gemuteerd (dus geen vermenging!).
Onverwoestbaar: zelfs vuur kan het niet vernietigen.
Vermenigvuldiging: de wortel groeit heel snel en in elke richting.
Scherp: het heeft kracht bij impact.

Wanneer Jezus het Mosterdzaad gebruikt in relatie tot het Koninkrijk van God dan heeft het wél betrekking op de grootte van het Mosterdzaad (zie Markus 4:31).

a. Het gebrek aan Mosterdzaadgeloof wordt veroorzaakt door

  • Je eigen weg willen volgen in plaats van Gods weg zoeken en die volgen (Matteüs 7:21-28).
  • Problemen op de verkeerde manier, dat wil zeggen in vrees, proberen op te lossen (Psalmen 55).
  • Bescherming en acceptatie zoeken in occulte praktijken (Openbaring 6:15-17).
  • Niet uitstrekken naar of handelen naar Gods stem en Zijn Woord (Hebreeën 4:2; Matteüs 12:21; Filippenzen 3:4; 1 Timoteüs 6:17; 1 Tessalonicenzen 2:4).

Lees hier meer over de redenen voor een gebrek aan geloof.

b. Hoe worden wij hersteld?

Wij worden hersteld en vernieuwd door overgave aan God en ons te bekeren van zelf-gericht gedrag naar God-gericht gedrag (ons kruis dragen) met een gehoorzame wandel in de Heilige Geest (Romeinen 12:1-2).

Deel dit: